15 mei 2009 - Britse Maagdeneilanden
Gelukkig bleek het geluid van de kilo drop te komen. Na een pot thee en een hele koude douche in de kuip, kruipen Marc en Lida in ons bed in de voorpunt.
Jan-Willem en ik wisselen de bakboord bank en achterkajuit af. We wisselen elke dag de ochtend-kinder-dienst van 6 uur af, zodat de ander tot een uurtje of 8 kan uitslapen. We wilden een hotel/guest house regelen voor een paar nachten, maar $150 per nacht vinden we toch veel geld en het gaat zo goed met zijn allen aan boord dat we niet meer verder zoeken.
De volgende dag blijven we een dagje in Trellis Bay. Het strand staat vol creatieve uitspattingen en hangen hangmatten van visnetten en heeft een leuke sfeer.
Gedurende bijna drie weken maken we een rondje langs de meeste Britse Maagdeneilanden.
Op donderdag 23 april zetten we koers naar Anegeda, het meest noordelijke eiland van de Britse Maagdeneilanden. Zo’n drie uur varen weg. Ondanks de vijf vislijnen achter de boot hebben we geen vis voor het avondeten. Anegeda is een koraaleiland en het hoogste punt ligt maar 10 meter boven de zeespiegel. We hebben wat moeite om de baai binnen te komen en lopen bijna vast.
De volgende dag gaan we met een kleurrijke open taxi naar de andere kant van Anegeda. Daar is een breed koraalwit strand met azuurblauw water. Het koraalrif schermt het water af waardoor er weinig branding is. Anegeda is een snorkel- en duikparadijs. In dat rustige water heeft zowel Simen als zijn oma voor het eerst goed gesnorkeld. Simen heeft nu de smaak te pakken en kan praten en snorkelen tegelijk! In het restaurant hebben we lekker geluncht en vier Britten ontmoet, eigenlijk de eersten want het merendeel is hier Amerikaans.
Toen we weer bij onze boot terugkwamen zagen we dat die verschoven was. Ons ankerboeitje was weg en de dyneemalijn die we daaraan hebben was helemaal kapot. Iemand heeft dit in zijn motorschroef gehad en daarmee ons anker opgetild. Gelukkig zijn we niet tegen een andere boot aangedreven.
De volgende dag zijn we weer teruggevaren naar Gorda, naar de Bath’s. Een verzameling magnifieke stenen die opgestapeld liggen over het strand en waar je tussendoor kan lopen en kruipen. Aan het eind van de dag waren alle boten weg en zijn wij ook maar verkast naar Spanish Town omdat daar minder deining leek. Helaas begon die toch om 3 uur ’s nachts en hebben we heel slecht geslapen door het rollen. De volgende dag hebben we weer bij de Bath’s geankerd en daarna hebben we onszelf getrakteerd op een nachtje marina. Wasjes gedraaid, boodschappen gedaan, water getankt en… mijn eerste warme douche sinds vijf maanden! Er speelde een Caribische band in de haven om de sfeer compleet te maken.
Op Cooper Island zagen we de Britten weer van Anegeda. Ze hadden al gezegd dat het een iets grotere motorboot was, maar niet dat ze ook personeel hadden. Die avond vlogen ze naar Mallorca en kwamen ze ons een tas met vers eten brengen. Onder andere veel diepvriesspullen. Omdat wij arme stervelingen geen diepvries aan boord hebben, moesten we heel snel alle waterijsjes en de bak roomijs opeten…wat een feest!
Op woensdag 27 april kwamen we bij Peter Island. Eindelijk een baai zonder moorings, dus weinig huurboten. De meeste baaien zijn hier helemaal vol gelegd met moorings (aanlegboeien) waar je $25 per nacht voor betaald. Voor het leger huurboten dat hier vaart, is dit ideaal. Maar wij besteden ons geld liever aan andere dingen.
Hier hebben we het vlees van onze Engelse vrienden op de BBQ gelegd en de Feeks weer gezien na lange tijd. JW en ik zijn de volgende dag naar Peter Island resort gelopen, een baaitje verderop. Mocht je nog eens de loterij winnen, dan is dit wel een leuk plekje om naar toe te gaan. We hebben noodgedwongen ook de wc’s uitgeprobeerd in de lobby en die waren prachtig.
De volgende dag zijn we overgestoken naar Road Town op Tortola Island voor de tandarts voor Lida. Tot mijn verbazing hadden we binnen twee uren een Indiase tandarts gevonden die ook de behandeling uitstekend heeft uitgevoerd. Na wat boodschappen te hebben gedaan, zijn we de volgende dag weer teruggegaan naar Peter Island. Heerlijk weer wind en lekker zwemmen! Jan-Willem en Marc hebben een lange wandeling over het eiland gemaakt.
Vanaf Peter Island zijn we naar Jost van Dyke gezeild. Dit eiland is vernoemd naar een Nederlandse piraat. Foxy’s is de eerste bar waar je tegenaan loopt vanaf de dinghy steiger. Marc en Lida hebben daar ’s middags voor de siesta een grote hangmat geconfisqueerd en wij hebben ons na de slaapjes daar bij gevoegd. De painkiller coctail die ze hier schonken, was half rum en half rest. Gelukkig had JW alleen een biertje en kon hij nog koken… Vanwege de harde wind zijn we nog een dagje langer op Jost geweest en op 4 mei zijn we in de regen op de motor naar Nanny Cay tegenover Beef Island gevaren. Met al die regen werd de boot wel een beetje klein, dus hebben we de middag in het restaurant doorgebracht en daarna heerlijk gegeten.
De volgende dag hebben we – een dagje te vroeg- Simen’s vierde verjaardag gevierd. Op 6 mei moesten Marc en Lida weer vertrekken vanaf Beef Island, via Sint Maarten en Parijs naar Nederland. Het was verschrikkelijk moeilijk om afscheid te nemen.
Ik had daarna een behoorlijke dip en het weer helpt daar ook niet aan mee. De afgelopen week heeft het enorm hard gewaaid en veel geregend. Het gaat gelukkig nu weer beter. De harde wind was wel perfect voor JW om weer eens te surfen, iets wat hij al 15 jaar niet meer had gedaan. We wachten nog een paar dagen op een goed moment dat we naar St. Eustasius kunnen zeilen.
ga terug