27 december 2008 - atlantische oversteek
Hoe is dat nou om zo lang op zee te zijn? Dit vroeg ik mezelf van tevoren af en die vraag kregen we voor vertrek ook vaak. Nou, zestien dagen op zee is erg lang. De boot is best klein en het is eigenlijk wel afzien. Behalve vlak na vertrek hebben we niet heel fijn weer gehad. De dagen met harde wind (8 Bft) en hoge oncomfortabele golven (>4m) hebben een slijtageslag geslagen op ons. Helaas waaide er geen mooie constante passaatwind en hadden we het heel druk onze zeilvoering steeds aan te passen aan de veranderingen van de windkracht en –richting.
Het leven aan boord kost sowieso meer moeite omdat alles beweegt. Je moet je voortdurend schrap zetten. Als je bijvoorbeeld de afwas doet, dan moet de vuile vaat eerst ‘golf proof’ worden neergezet, dan de schone ook weer en als je het afgedroogd hebt, snel opbergen anders valt het alsnog door de boot.
Daarnaast heb je last van een slaaptekort als gevolg van het 3 uur op 3 uur af wachtsysteem ’s nachts.
Ook brengt zo’n oceaanoversteek veel spanning omdat het uiteindelijk wel een riskante onderneming is. Elk vreemd geluidje, raar weerbeeld of andere verstoring, zet je meteen op scherp. We waren buiten helikopterbereik en niet echt op een druk bevaarde route, dus problemen moet je toch zelf op lossen. Dit besef suddert voortdurend op de achtergrond en bij Jan-Willem heel veel tijd zelfs op de voorgrond. Omdat hij de verantwoordelijkheid heeft voor het technisch gedeelte van de boot malen er bij hem steeds verschillende doemscenarios door zijn hoofd over wat er allemaal kapot kan gaan. Hij kan hij zich moeilijk ontspannen. Gelukkig vond hij wel afleiding in het eten koken en we hebben dan ook heerlijk gegeten onderweg. Tenslotte is het ook nog eens bloedje heet, zo’n 30 graden. En dat kost ook veel energie.
We horen van andere boten die met zijn tweeën varen dat zij het heel zwaar vinden. Wij hebben daar natuurlijk nog de zorg voor twee ukken bovenop. Die hebben zelf niet zo’n last van alles, ze slapen goed, eten lekker en de wiebelende boot nemen ze als gegeven. Maar wij hebben tijdens zo’n oversteek eigenlijk al onze energie nodig voor de boot en onszelf, dat de zorg van de kinderen veelal echt uit onze laatste reserves moet komen. Wij hebben dus ook nauwelijks boeken gelezen of andere ontspanning genoten. Dat maakt het wat mij betreft een hele lange zit. Ik vergelijk zo’n dag op de oceaan met een regenachtige zondag thuis. Je probeert het gezellig te maken, maar op een gegeven moment kom je elkaar toch wel tegen en de dag kan lang duren. Even er uit kunnen, bijvoorbeeld naar de speeltuin, doet thuis wonderen voor het moreel en breekt de dag. Op de oceaan is die optie er natuurlijk niet. En dan heb je dus 16 van die ‘zondagen’ achter elkaar.
Ik heb wel genoten van de luchten, de sterrenhemels en de ontwikkeling van de kinderen waar je nu echt boven op zit. Zo zijn bij Deirdre tijdens de reis de onderkiezen helemaal doorgekomen, begint ze echt met napraten en begrijpt steeds meer dingen die we zeggen. De fantastische logica van Simen is ook dagelijks bron van vermaak. “Mama, Bijtje (=Deirdre) heeft die dingen ook die jij op de buik hebt” en hij wees op haar tietjes. De twee meter blauwe Marlijn die we onderweg hebben gevangen, was spectaculair. En toen we over de helft waren, begonnen we ook meer te genieten dat we de oceaan zaten met ons hele huisje. Het is toch steeds een raar besef dat je hele leven doordraait terwijl je aan het oceaanzeilen bent.
Hoe ziet onze dag er uit? Mijn dag begint om 5 uur ’s ochtends als ik door JW uit mijn bed wordt ‘geschopt’. Hij gaat er dan in liggen. Ik doe in de kuip mijn zwemvest aan en maak mijn lifeline vast. Ik speur de donkere horizon af op lichtjes, druk de kookwekker in en ga een kwartier slapen op de kuipbank. Dit ritueel herhaalt zich een paar keer totdat de kinderen wakker worden. Die probeer ik dan zo stil mogelijk te houden, met een DVD of in de kuip zodat JW zo lang mogelijk kan slapen.
Rond half acht komt hij ook buiten en gaan we ontbijten. We bekijken de zeilvoering, die ’s nachts altijd wat defensiever is. Ook veranderen we weinig ‘s nachts om zo veel mogelijk te kunnen slapen. We gaan dan ’s ochtends bijvoorbeeld wel gijpen om weer beter op koers te komen. ‘Even gijpen’ kost overigens een half uur met de motor bij, fok in en weer uit en alle bullettalies om zetten. Dat is de ochtendgym.
We doen ons radiouurtje met de andere Nederlandse boten. Dan gaat Deirdre meestal een uurtje naar bed en een van ons ook vaak even. Simen speelt dan in de kuip. Als we die dag brood moeten bakken, dan kneedt Jan-Willem het deeg en kan het rijzen onder de buiskap. Rond twaalf uur gaat Jan-Willem koken en eten we in de kuip. Het is binnen dan niet meer te harden qua hitte van de oven en het fornuis.
Daarna wassen we af en gaat Simen op de bank naar een luisterboek luisteren (soms valt hij dan lekker in slaap) en gaat Deirdre in de voorpunt weer een tukje doen. ’s Middags hebben we weer ons radiouurtje, we versturen een email naar huis en halen het weerbericht op.
We borrelen even in de kuip (meestal non-alcoholisch) en doen daarna ons dagelijks badritueel. Eerst een puts met zout water en dan afsproeien met zoet water uit onze 5 liter verdelgingsspuit. De kinderen krijgen alleen zoet water over zich heen. Fris eten we dan een boterham in de kuip, vaak met een gebakken eitje of soep erbij. En dan nog even spelen en gaat Deirdre naar bed rond 19 uur.
Jan-Willem en ik maken de boot klaar voor de nacht, passen de zeilvoering aan en ruimen op. Om acht uur ligt Simen in bed en drinken wij nog even een kopje thee in het donker buiten voordat ik ook ga slapen. Jan-Willem zit dan al weer aangelijnd in de kuip en om 23 uur maakt hij mij wakker en wisselen we af.
Onze dagelijkse belevenissen vanaf de oceaan staan overigens onder het kopje ‘nieuws’ op deze site.
Hoe was het om aan te komen in Paramaribo? Het duurde erg lang voor we land zagen omdat Suriname zo vlak is. Wel roken we ’s avonds een modderachtige geur van de rivier en het oerwoud. Overdag hadden we al kleine vogels en vlinders gezien. We kwamen in het donker aan. Omdat de ‘Feeks’ als verkenner voor ons voer en we elke twee uur radiocontact hadden, durfden we ook het aan om de rivier op te varen.
Gelukkig lijkt de betonning op de Waddenzee, Nederlandse boeien die na tewaterlating nooit meer geverfd of schoongemaakt zijn. Ze zijn stinken naar vogelpoep! Na middernacht kwamen op de ankerplaats bij het Thorarica hotel en zijn we eerst even langszij bij de ‘Feeks’ gaan liggen voor een overwinningsbiertje. Jan-Willem viel al bijna in slaap in hun kuip, dus toen zijn we een eindje verderop toch maar zelf voor anker gegaan en gaan slapen.
Toen we ’s ochtends wakker werden, zei Simen: “Mama, hoor je de vogeltjes”. Het was raar om te slapen op een boot die niet meer wiebelt. ’s Ochtends in de kuip maar eens rond gekeken waar we nu eigenlijk aangekomen waren. En naar onze ouders gebeld met de satelliettelefoon. We liggen nu op een mooie plek voor anker en het is gaaf om in Paramaribo te lopen en te weten dat je hier op eigen kiel naar toe gezeild!
Zou ik het nog eens willen doen? Ik denk dat ik zo’n oversteek nog best eens zou willen doen, maar misschien niet meer in deze samenstelling. Veel boten met kleine kinderen nemen extra opstappers aan boord mee en vaak vliegt de vrouw zelfs met de kinderen de boot achterna. Een stabiele passaatwind had het wel makkelijker gemaakt. Ik ben er trots op dat we het geflikt hebben met zijn vieren. Maar er was helaas niet veel energie over om ook echt van deze oceaanoversteek te genieten.
En hoe nu verder? Onze planning is om via de Stille Oceaan naar Nieuw-Zeeland te varen. Als we zestien dagen op zee veel vinden, op de Stille Oceaan is nog veel meer water! We hebben steeds met elkaar afgesproken dat onze planning bijgesteld kan worden en de uiteindelijke route laten we open. De Canarische eilanden waren zo’n moment van herijking en Suriname is dat nu weer.
Na de kerst gaan we de balans opmaken en de rest van onze planning invullen. Het is natuurlijk vooral een luxe probleem… onze boot ligt nu in een prachtig stuk van de wereld en we moeten eigenlijk alleen bedenken waar we onze resterende tijd en geld aan gaan besteden. Er zijn veel mensen in de wereld met grotere problemen.
foto's
oceaanlogboek
ga terug