23 november 2008 - De vissen vliegen om de oren!
Hoe leg je een peuter uit dat vissen vliegen? We zongen de dag ervoor nog het liedje “ in de maneschijn… zo vliegt een vogel en zo zwemt een vis..” totdat ’s ochtends in het donker een vis langs mijn oren de kuip in vliegt en daar ligt te spartelen. We vinden als het licht wordt ook nog een vis op het dek en zien een afdruk van schubben in het grootzeil.
Gisteren zijn we aangekomen hier op Sao Vincente in Mindelo. Een van de Kaapverdische eilanden. We hebben een hele week op zee gezeten, dag en nacht doorgevaren, 799 Mijl (bijna 1500 km) afgelegd. En we zijn nu in Afrika.
We vertrekken zaterdag 15 november na de lunch uit La Gomera en zijn op het ergste voorbereid. Tijdens onze eerdere lange oversteek naar de Canarische eilanden hadden we geen comfort aan boord en begonnen door de zeeziekte meteen met een 2-0 achterstand. En dus zorgen we ervoor dat alles tot in de puntjes voor elkaar is, bijvoorbeeld zelfs de nagels van de kinderen nog even geknipt, want dat kan straks een week niet meer. We hebben nog net niet in het vooruit gekookt, zoals andere boten wel doen, maar hebben genoeg blikken voor als we de tijd in de kombuis willen minimaliseren. De boot is in prima conditie, de “ prioriteit A” klussen van onze lijst is in ieder geval gedaan.
Alleen onze boord pc lijkt het te gaan begeven, na elke 10 minuten loopt hij vast. We hebben er al menig uur in gestopt om dit te proberen te verhelpen, maar niets heeft echt geholpen. Omdat we onze elektronische kaarten hierop hebben, gekoppeld aan de GPS, is het voor ons wel belangrijk dat hij het doet. Gelukkig hebben we nog een laptop aan boord, van Hylke en Annemarieke gekregen bij ons afscheid. Maar daar draait Vista op en krijgen in ons navigatieprogramma (MaxSea) geen GPS signaal. Niet ideaal, maar we hebben natuurlijk nog een back-up in papieren kaarten. En daar tekenen we op een oversteek regelmatig onze positie in, en ook die van de Nederlandse boten waarmee we radiocontact hebben. (Overigens is onze kaart van de Kaapverden getekend in 1895 en bijgewerkt tot 1979. We gaan er maar vanuit dat de rotsen zich sinds die tijd niet hebben verplaatst).
We vertrekken samen met de Mi Dushi, Walrus, Basjoc en Tyche. We verliezen elkaar snel uit het oog, maar het idee dat je samen in het zelfde schuitje zit en daar via de SSB radio over kan praten, geeft veel steun. Overigens kunnen we gedurende een paar dagen via de marifoon ook nog met schepen op 120 mijl afstand spreken, wonderlijk want normaal lukt dat maar tot zo’n 30 mijl.
Het eerste etmaal is er weinig wind, maar we kunnen ’s avonds wel zeilen. Er staan ook nauwelijks golven, dus slingeren we lekker in zonder ziek te zijn en is het leven aan boord prima te doen. Alleen zijn de golven ’ s nachts onrustig en slapen we niet goed. De wind valt helemaal weg en we doen de motor aan. Na het avondeten vangen we een Mahi Mahi die de koelkast ingaat voor het avondmaal van maandag. We zijn blij als er maandagochtend wind komt en de herrie van de motor weg is. We hebben onze ATS (Asymmetrische toer spinnaker, groot lichtweer zeil) staan en de bezaan (achterste mast). Dit is met deze lichte bakstagwind (10 kn schijnbaar) heerlijk, want de boot trekt goed door de golven en schommelingen worden daardoor afgeremd. We varen ’s nachts zo door en het is genieten dit oceaanzeilen. Het is zo onvoorstelbaar mooi om je boot zo continue te zien doorzeilen terwijl je met zijn vieren je leventje leidt. Als je dan met zijn vieren in de kuip zit te ontbijten dan is het heel onwerkelijk dat je midden op de oceaan zit. De kinderen spelen lekker en vinden het prima. Wij kunnen overdag ook allebei nog een uurtje slaap in halen. Simen heeft aan het eind van de dag wel te veel fysieke energie, maar dan schreeuwen we bijvoorbeeld naar de golven, laten hem klimmen, gaan dansen en springen.
We horen via het radionet dat de Tyche zondag moest terugkeren in verband met motorproblemen. Uiteindelijk zijn ze woensdag weer vertrokken.
Ik zit dinsdagmiddag te genieten in de kuip met mijn iPod, terwijl de kinderen en Jan-Willem binnen liggen te slapen. En op dat moment hoor ik een grote knal en zie dat onze ATS in het water ligt. De val is doorgesleten. JW en ik hijsen ruim 80 m2 zeil uit het water in het gangboord. De schade lijkt beperkt tot de val. We rollen de genua uit en zetten het grootzeil erbij. Met een vooruitziende blik had JW op Tenerife een reserveval in de mast gehangen, dus de volgende dag als de wind weer inzakt, hijsen we de ATS weer.
Op woensdag zien we op de GPS de 400 mijl passeren, we zijn op de helft. Om onszelf en het thuisfront te trakteren, bellen we met onze satelliettelefoon even onze positie door. We hebben echt een ritme ontwikkeld. ’ s Avonds voor ons radiouurtje bereidt JW het eten voor. Dan om 17 uur praten we met de andere schepen over onze positie, snelheid, zeilvoering, weer en andere bijzonderheden. Vervolgens eten we met zijn allen in de kuip en na een flesje melk gaat Deirdre in bed. Dan doen we de afwas, Simen in bed en dan nog even een kopje thee in het donker met zijn tweeën buiten. Om acht uur ga ik slapen tot 11 uur. Eigenlijk gaat ons hele leven door terwijl de boot zeilt. Alleen door het slaaptekort worden we wel wat warrig en vergeetachtig. Deirdre begint overigens een beetje te praten, ze zegt steeds ‘boem’ als er iets valt. Ook haar passieve woordenkennis breidt zich uit.
Woensdagnacht is het bewolkt en dus pikdonker. Het begint te regenen en de wind neemt ook snel toe. We zitten midden in een buiengebied en hebben tegen de verwachtingen in een ruime windkracht 7. We varen eigenlijk altijd ’s nachts defensief met een rif in het grootzeil, waardoor we in dit soort situaties alleen de fok inrollen en de bezaan naar beneden doen en dus niet het voordek op hoeven.
Vrijdag (21/11/08) gaat de vismolen ineens enorm hard afrollen. Jan-Willem komt naar buiten, maar moet snel constateren dat deze vangst een ‘ maatje te groot’ zal zijn. De lijn breekt en even later zien we zo’n 400 meter achter de boot een enorme Marlin van ongeveer 2 meter over het water dansen!
We berekenen dat we zaterdagnacht aan gaan komen, gelukkig helpt de zachte wind ons om dit uit te rekken totdat het licht wordt. We hobbelen zachtjes 3,5 knoop (6,5 km/uur) door naar Mindelo. Bij het ochtendgloren rol ik de vismolen af, heb wel weer zin in tonijn. Het aas heeft nog nauwelijks het water geraakt of de molen begint als een gek te rollen. Ik denk eerst nog even dat ik de molen in de verkeerde stand heb staan, maar ik blijk al beet te hebben. Jan-Willem komt uit zijn bed, trekt snel zijn zwemvest aan en begint de lijn binnen te halen. Maar dat gaat niet zo makkelijk, de vis blijft trekken. Ondertussen rol ik de fok in en trek het grootzeil en bezaan naar beneden. Jan-Willem wint langzaamaan terrein met de vislijn. Steeds trekt hij wat meters binnen, maar moet dan weer een paar laten vieren omdat de vis hard terugvecht. Het is duidelijk, dit is een grote! En waarschijnlijk een tonijn omdat hij zich niet laat zien maar diep blijft. Ik heb al een stropje klaarliggen voor om zijn staart, rum om hem te verdoven. De kinderen krijgen koekjes voor ontbijt, want papa en mama hebben het te druk met vissen! Na een uur en vijftig minuten vechten, breekt de haak van het aas… we moesten nog maar vijf meter. We waren heel erg teleurgesteld. Later zie ik de tonijnen liggen op de markt in Mindelo en ben stiekem wel opgelucht dat we niet zo’n bakbeest binnen hebben gehaald.
Als troostprijs vangen we nog twee mahimahi’s vlak voor de haven. We komen rond 11 uur in de haven aan. We zijn blij dat we er zijn, altijd weer fijn om een veilige haven te bereiken en ’s nachts ongestoord te slapen. Maar het had ook gerust nog een week langer kunnen duren. De warmte in Mindelo overvalt ons, we gaan douchen bij het café tegenover de haven. Iedereen weet daar nu dat onze kinderen niet van koude douches houden.
We blijven hier een weekje en zetten dan koers richting Suriname. Dat is bijna 2000 mijl, dus we verwachten er een kleine drie weken over te doen. De passaatwind is al gestart en daarmee gaan wij de vroegere ontdekkingsreizigers achterna.
foto's
ga terug