4 oktober 2008 - Van Lagos naar Isla Graciosa
Na vier dagen en nachten op de oceaan zien we eindelijk land, de Canarische eilanden! We voelen ons brak, vies en zijn het zat. Vier etmalen wiebelt onze boot als een rodeostier op de golven en vast land is nog nooit zo aantrekkelijk geweest. Mijn lichaam voelt aan alsof ik vier dagen Pilatesles heb gehad, van een slechte instructeur dan wel.
Dinsdag 1 oktober vertrekken we na lang wachten uit Lagos, Portugal. Eindelijk is er genoeg wind en uit de goede hoek. Ik heb er zin in, het echte werk kan beginnen. Met zijn vieren, zonder hulp van opstappers een lange zeiltocht. Een proef voor de rest van onze reis, kunnen we dit aan?
We vertrekken uit Lagos met een stralende zon en –zoals voorspeld- nog weinig wind. Die zou gedurende de dag en avond aanwakkeren.
Nog geen twee uur na vertrek hangen zowel Jan-Willem als ik over de reling. Ik, die eigenlijk nooit zeeziek ben, heb me door de ziekmakende combinatie van hoge golven en geen wind buiten spel laten zetten. Ik kan geen handeling binnen meer verrichten zonder daarna meteen over de reling te gaan. Deirdre schone luier, snel op de grond neerzetten en daar ging ik weer. Ook JW spuugt regelmatig en Simen ook een paar keer. Simen is gelukkig redelijk opgewekt tussen zijn spuugpartijen door. Ons avondeten bestaat uit sultanas en voor Deirdre een potje Olvarit.
We gaan de nacht in en hadden bedacht dat ik van 20 tot 23 uur zou slapen, dan wachtlopen en weer slapen van 2 tot 5. Jan-Willem uiteraard net omgekeerd. Dit schema werkt goed. Als ik om elf uur wakker word gemaakt door JW voel ik me al weer wat beter, maar de slokken water die ik nam, komen er helaas toch binnen 2 minuten weer uit. Zowel JW als ik nemen een Domperidon zetpil en zetten door met de crackers, sultanas en water. Op die manier zijn we beide de volgende ochtend weer redelijk op de been, natuurlijk wel erg moe van de gebroken nacht.
Ook het feit dat de motor ’s nachts uitkan omdat er voldoende wind staat, brengt een natuurlijker cadans in de boot. Toch zijn de golven nog steeds zodanig dat we soms van gangboord tot gangboord rollen en er moeilijk door de kinderen gespeeld kan worden. Simen heeft de stuurboord zeekooi veroverd als zijn vaste slaap-en speelverblijf. Het is schitterend om te zien hoe hij zich kan aanpassen aan de situatie. Als hij niet staand of zittend kan spelen, dan vermaakt hij zich prima liggend met een paar autootjes en lego. Af en toe luistert hij naar verhaaltjes of liedjes op de Ipod of kijkt een dvd.
Voor Deirdre ligt dit lastiger, die is haar autostoeltje in de kuip natuurlijk wel eens zat en dan kan ze binnen wel een beetje spelen, maar moet een van ons er bij zijn om grote valpartijen te voorkomen. We voelen ons wel wat beter, maar nog niet zodanig dat we daar al aan toe zijn. Om 12 uur UTC zoeken we via de SSB radio contact met de Dalwhinnie en de Feeks die onderweg zijn naar Madeira. Fijn om even iemand te horen, dan voel je je toch minder alleen op die oceaan. Ook versturen we een paar korte emails via de SSB radio naar onze ouders.
’s Avonds schuiven we de kant-en-klare lasagne in de oven en eten allemaal lekker. Er zit een stijgende lijn in. Daar ik de vorige avond zo snel mogelijk mijn bed probeerde te bereiken zonder over te geven, kan ik nu lekker mijn tanden poetsen en schone kleren aandoen. De nacht verloopt eigenlijk weer gelijk aan de vorige. Omdat we vermoeider zijn, kunnen we iets beter slapen en ook wat dommelen in de kuip tijdens de nachtwacht. De kookwekker bij de hand, zodat we in elk geval om het kwartier de horizon af kunnen speuren. Na mijn wacht maak ik JW wakker die zijn zeilpak aandoet en naar buiten komt. En ik ga lekker in zijn warme slaapzak liggen. Jan-Willem en ik zijn het eens dat we dit niet twee of drie weken kunnen uithouden, dus dat we op de Canarische eilanden nog maar eens goed onze reisplannen moeten herbezien.
De derde dag zijn we echt ingeslingerd, het is makkelijker om binnen te zijn en we hebben weer lekker gegeten. JW maakt ’s avonds zelfs een pasta met verse tomatensaus, een prestatie op die hobbelige zee. Deirdre kruipt binnen en ook Simen komt weer regelmatig uit zijn hol. En als hij op zijn bank speelt, is dat nu vooral zittend en niet meer liggend.
De derde nacht is weinig spectaculair, we varen wat hoger in plaats van voor de wind om het rollen wat te beperken. Het gevoel van de rodeostier blijft en bij elke schommeling, hoor je een symfonie van geluiden. Een rammelende besteklade, het harpje van de kraanlijn, het schommelende fornuis, een losliggend speeltje, etc. Slapen lukt alleen een beetje omdat we doodvermoeid tussen meerdere kussens liggen ingeklemd. De kinderen slapen overigens elke nacht als een roos het klokje rond.
De vierde dag is er al duidelijk een ritme ontstaan. Ik maak weer pap voor Deirdre, die als eerste wakker is zodat JW zo lang mogelijk kan blijven liggen. En om acht uur eten we met zijn allen ontbijt in de kuip. Simen kleurt en knipt op de kuipvloer en Deirdre speelt heerlijk in haar bed. We kijken wel heel erg uit naar het einde van de reis. Het is ontzettend zwaar om dit ritme vol te houden met twee kleine kinderen erbij. De gemiste slaap ’s nachts moet je eigenlijk overdag in kunnen halen en dat lukt ons gewoon niet goed. Ook omdat je zoveel in beweging bent voor de verzorging, probeer maar een kind aan te kleden op een rollende boot, is het fysiek ook heel uitputtend.
Om zes uur ’s avonds zien we op de GPS dat we nog maar 100 mijl moeten varen, een magische grens. Nog één nachtje!
De laatste nacht slapen we minder omdat de wind vlagerig is en zelfs lange tijd 6 tot 7 BFT. Het is bewolkt en er is meer vrachtverkeer. De radar biedt uitkomst van tijd tot tijd. Jan-Willem ziet achter ons twee witte lichtjes en een rode, die snel dichterbij komen. Hij roept het schip op via de marifoon en we krijgen netjes antwoord: ‘good evening sir, I am overtaking you at your starboard site’. En zo schuift de kolos die bij die lichtjes hoort inderdaad snel langs stuurboord heen. We merken dat het al veel warmer is, niet meer vochtig ’s nachts zoals in Portugal.
Het kan niet snel genoeg licht worden, want we willen graag land zien. ’s Ochtends is het helaas nog steeds bewolkt en geen goed zicht, maar dan eindelijk zien we de vulkanen van de Canarische eilanden in zicht komen. De wind valt terug en op een gegeven moment starten we de motor. Jan-Willem zet twee vislijnen achter de boot uit. Tot nu toe hadden die lijnen slechts een mager makreeltje opgeleverd, maar hier hebben we al snel beet. Helaas laat die vis weer los.
Terwijl ik dit stukje binnen aan het typen ben, hoor ik ‘Manja kom gauw!’’ Weer beet! Ik zet de motor in zijn vrij, rol de fok in en begin als een operatiezuster te assisteren, terwijl JW met de vis vecht. ‘Haak! Handschoenen! Ankerlier! (om hem dood te slaan)’ En zo komt onze eerste tonijn aan boord! Jan-Willem is in extase, zijn droom komt uit!
’s Avonds eten we als voorafje stukjes rauwe tonijn op zijn Japans en daarna de aller-lekkerste tonijnsteak die ik ooit geproefd heb.
En gaan we verder de oceaan over? We weten het nog niet. De eerste drie dagen van de reis wist ik zeker dat ik niet verder wilde. Ik heb geen twijfels over de boot, ook JW en ik kunnen het aan. Maar de combinatie van de zorg voor de kinderen en die beroerde golven is echt te zwaar. Onze opstelling is dan erg fragiel, het moet allemaal voorspoedig lopen want we hebben geen speling om grote problemen op te vangen. Zou bijvoorbeeld de windvaan kapot gaan, of een van ons door (zee)ziekte uitgeschakeld zijn, dan hebben we een probleem. Het is gewoonweg te veel werk voor één persoon om zowel de boot als de verzorging van ons vieren lange tijd vol te houden in zulke ruige zee.
Maar we gaan eerst eens genieten van Isla Graciosa en de andere eilanden. En op het strand nog maar eens goed nadenken wat we gaan doen. In ieder geval zijn we erg trots dat we dit voor elkaar gebokst hebben!
foto's
ga terug